Dutch articles

Meer wilde natuur

Hebt u ook zo genoten van de film ‘De Nieuwe Wildernis’?  Prachtige beelden van kuddes grazende, strijdende en trekkende konikpaarden, opgejaagde jonge gansjes, jagende roerdompen, zeearenden en vossen en adembenemende zonsopkomsten. De film van Ruben Smit en Mark Verkerk laat prachtig zien dat de Oostvaardersplassen iets toevoegen wat in de gangbare natuur in Nederland ontbreekt.  Wilde natuur: waar kunnen we dat nog meer organiseren?

Meer wilde natuur - konikspaarden

De Nieuwe Wildernis laat een kant zien die je nauwelijks in andere Nederlandse natuurgebieden ziet: natuurlijk gedrag van grotere hoefdieren. Kuddegedrag met de hiërarchische verhoudingen die daarbij horen, evenals de voortdurende aanvallen op de betere posities en de geursporen die daarbij worden ingezet. De samenwerking bij het vinden van voedsel, het trekken naar nieuwe graasgebieden, dood en nieuw leven. Daarvan afgeleid de invloed die dat op de overige soorten heeft: de vossen en de raven, de mestkevers op de karkassen van een gesneuveld dier, het roodborstje dat leeft van de insecten die door de paarden worden opgeschrikt. Voor een ecoloog als ik, met in zijn opleiding een flinke dosis diergedrag, is dat gewoonweg smullen!

Wilde natuur voegt een dimensie toe aan de natuur, die in Nederland elders vrijwel altijd van de aangeharkte en gecultiveerde soort is. Wat mij betreft is er niets mis met de natuur van oude cultuurlandschappen en landgoederen. Maar toch, wilde natuur is een keuze die we hier en daar best kunnen maken. En die niet altijd hoeft te bestaan uit grote kuddes paarden en runderen. Wilde natuur kan ook door bijvoorbeeld in grote bosgebieden het beheer te staken en de ontwikkeling over te laten aan de natuurlijke verjonging en de sterfte van bomen, met herten en wilde zwijnen in natuurlijke dichtheden. Door in een flinke polder vernatting en veenontwikkeling toe te staan. Door in het rivierengebied en de kuststrook ruimte te laten voor natuurlijke processen als erosie en sedimentatie. Met af en toe in dat natuurgebied een ‘catastrofe’ als een overstroming, ijsgang of een flinke storm, zonder dat de mens daarna de schade herstelt. Wilde natuur: niet op postzegelformaat, maar op een de schaal van enkele duizenden hectares. Waar de mens te gast is en waar de terreineigenaar zich voornamelijk beperkt tot het beheer van bezoekers en omgeving.

Jori Wolf van Staatsbosbeheer schreef er een aardig klein boekje over. En er bestaat een website over wilde natuur in Nederland: www.ongerepte-natuur.nl. Gezamenlijk geven zij een beeld van ‘wilde’ natuurgebieden in Nederland. Allereerst natuurlijk de Waddenzee, ons andere ‘wilde’ natuurgebied. Daarnaast veel zogeheten bosreservaten, bossen waar geen beheer meer wordt uitgevoerd. Helaas zijn die laatste meestal maar een of een halve hectare groot en dat kan je toch nauwelijks wildernis noemen. In het rivierengebied zijn de ontwikkelingen grootschaliger en gelukkig ook veelbelovend. Maar wildernis smaakt naar méér, ook buiten het rivierengebied!

En dat kan. Onlangs woonde ik een discussie bij over de toekomst van de boswachterijen in Midden-Drenthe, georganiseerd door de Werkgemeenschap Landschapsecologisch Onderzoek (WLO). Staatsbosbeheer streeft hier naar een aaneengesloten stuk van 6.000 ha wildernisnatuur. Nu eens niet op de rijke zee- en rivierklei, zoals de Oostvaardersplassen en de verschillende rivierprojecten, maar op de pleistocene zandgronden van Drenthe bovenop het keileem. Arme grond waarin een grote rol is weggelegd voor het grondwater. De kern van dit gebied wordt gevormd door de boswachterijen van Schoonloo, Grolloo, Hooghalen en door het nu nog grazige Geelbroek. In een aantal jaren tijd moeten hier de dennen- en sparrenaanplant zijn vervangen door meer natuurlijk loofbos en gaat de grondwaterstand flink omhoog. Deze keer gaan er geen Schotse hooglanders  in; de natuur mag zelf zijn gang gaan. De eerste resultaten zijn al verbluffend: de eenzijdige bossamenstelling wordt doorbroken, water en bodem worden merkbaar de sturende factor. De aanzetten voor veenvorming zijn al zichtbaar. Gevarieerd structuurrijk bos met een rijke ondergroei, halfopen water, hoogveenbossen, deels afstervend, hoogveentjes, natte heiden en veenbeekjes gaan het beeld bepalen. Discussie is er nog over het introduceren van edelherten. Het huidige beleid verbiedt dat en de provinciale politici aarzelen om dat te veranderen. Waarom eigenlijk? Herten horen immers in zo’n gebied thuis en zijn van grote meerwaarde.

Wildernisnatuur in Midden-Drenthe geeft de natuur in Drenthe een nieuwe impuls. Ik ben ervan overtuigd dat wildernisnatuur ook een publiekstrekker en een motor zal zijn voor de Drentse economie. Veel meer dan voor die saaie boswachterijen zullen de mensen van heinde en ver komen om door dat eindeloze, maar afwisselende natte bos te fietsen, uit te kijken over de natte heidevennen en de kans te lopen op een ontmoeting met zo’n edelhert. Een bos als in de boeken van Tonke Dragt, waarin in de toekomst wellicht ook plaats is voor de wolf (Je weet dat ‘ie er is, ook al zie je ‘m niet …). Een bos waar je net zo kunt (ver)dwalen als in de Eifel of de Harz. Dat wilde, spannende bos geeft een wildernisbeleving die mensen nog lang nablijft en waar mensen voor terugkomen! Meer wilde natuur dus. De Grootwildenquête van Natuurmonumenten laat zien dat Nederland er rijp voor is.

 

Bron: www.dolfsnatuurblog.nl

Discussion

No comments yet.

Post a Comment

Subscribe to Blog via Email

Enter your email address to subscribe to this blog and receive notifications of new posts by email.